Familie
De L200, ook bekend als de Green Phantom Pleco, behoort tot de familie Loricariidae, de pantsermeervallen of suckermouth catfishes. Deze familie omvat talrijke soorten bodembewonende vissen uit Zuid-Amerika, die gekenmerkt worden door hun zuigmond en pantserplaten.
Vindplaats
De L200 is afkomstig uit Zuid-Amerika, specifiek de bovenloop van de Rio Orinoco en nabijgelegen rivieren zoals de Río Ventuari, Río Casiquiare en Río Iguapo in Venezuela en grenzend aan Colombia. Het natuurlijke habitat bestaat uit snelstromend water over rotsachtig terrein, met spleten en holtes onder keien, vaak in helder of licht zwartwater met een diepte tot 2 meter.
Lengte
Volwassen exemplaren bereiken een maximale lengte van ongeveer 15 tot 25 cm, afhankelijk van het geslacht. Mannen kunnen tot 25 cm groeien, terwijl vrouwtjes meestal onder de 20 cm blijven. De standaardlengte (SL) wordt vaak geschat op rond de 15 cm.
Geslachtsonderscheid
Geslachtsonderscheid is betrouwbaar bij volwassen vissen in goede conditie. Mannen zijn groter, hebben een bredere en robuustere kop, en zijn 'hariger' met hypertrofische odontodes (huidtanden) op de borstvinstralen, wangen en het lichaam achter de rugvin. Vrouwtjes zijn kleiner en hebben minder uitgesproken odontodes. Deze kenmerken zijn relatief en worden duidelijker bij rijpe dieren; kweek kan al plaatsvinden bij de helft van de maximale grootte.
Huisvesting
Voor een goede huisvesting is een groot aquarium noodzakelijk, minimaal enkele honderden liters (bij voorkeur 200-300 liter of meer voor een groep), vanwege de grootte en territoriale aard van de vis. Richt het aquarium in met verticale rotsstructuren, ronde keien en voldoende holtes of grotten (meer schuilplaatsen dan vissen). Een dunne laag zand of grind als substraat is ideaal. Zorg voor een sterke stroming (10-20 keer het tankvolume per uur) met circulatiepompen en luchtstenen voor oxygenatie. Bogwood kan worden toegevoegd, maar planten zoals Java fern of Anubias zijn optioneel en moeten stevig vastgemaakt worden, omdat de vissen herbivoor zijn en planten kunnen beschadigen. Gebruik zware externe filters en voer regelmatige waterverversingen uit (20-30% wekelijks) om nitraat onder 20 mg/l te houden.
Sociale eigenschappen
De L200 is territoriaal, vooral bij volwassenheid, en kan agressief zijn tegenover soortgenoten of vergelijkbare bodembewoners. Ze kunnen als solitair exemplaar in een community-aquarium worden gehouden met andere loricariiden, maar zijn het meest geschikt voor een groep met voldoende territoria en schuilplaatsen. In het wild leven ze in snelstromend water, maar ze passen zich aan aan rustigere omstandigheden. Compatibele medebewoners zijn middelgrote scholenvis zoals Semaprochilodus of zilverdollars, mits de stroming wordt getolereerd.
Temperatuur en watersamenstelling
De ideale temperatuur ligt tussen 24-30°C, met een voorkeur voor warmer water rond 27-30°C, aangezien het een thermofiele soort is. Voor de watersamenstelling: pH 6.0-7.5 (licht zuur tot neutraal), zacht water met een hardheid van 5-15 dGH en lage conductiviteit (<200 µS/cm). Vermijd extremen; het natuurlijke habitat is helderwater of licht zwartwater met goede oxygenatie en stroming.
Voeding
De L200 is omnivoor en schraapt in de natuur aufwuchs (algen, detritus en kleine ongewervelden) van harde oppervlakken. In het aquarium een gevarieerd dieet aanbieden: algenwafers, kwaliteitsvlokken, tabletten, bevroren voedsel zoals bloodworms en Mysis garnalen, en geblancheerde groenten zoals courgette of zoete aardappel voor continue graasmogelijkheden. Ze zijn effectieve algeneters maar hebben zowel plantaardig als dierlijk voedsel nodig.
Kweek
De L200 is een holbroeder en kan in het aquarium worden gekweekt. Bied diverse grotten aan (kleibuizen, plastic pijpen of gestapelde stenen). Het vrouwtje legt 30-40 grote gele eieren per legsel, die het mannetje bewaakt in de grot. Eieren komen na 3-5 dagen uit; jongen absorberen de dooierzak in 10-11 dagen en beginnen dan te eten (geweekte vlokken of tabletten). Laat het mannetje de jongen verzorgen tot ze de grot verlaten, verplaats ze dan naar een opfokbak. Jongen zijn gevoelig voor bacteriën; voer vaak maar vermijd rottend voedsel. Voor een goede geslachtsratio koop een groep jonge vissen.